Vereenvoudigd model

Met de introductie van het begrip ‘counterfactual thinking‘ gaan we verder, het verwijst naar ons vermogen tot scenariodenken. Hierbij kunnen we ‘tegen de feiten in’ (cfr counter to the facts) de geschiedenis herbekijken in de veronderstelling dat andere keuzes gemaakt werden met andere resultaten. De geschiedenis omkeren lukt echter niet, het is een denkmethode die vooral problemen in de toekomst wil vermijden. De geschiedenis herhaalt zich of we kunnen ervan leren, dat is het motto. Een en ander doen we aan de hand van een vereenvoudigd model van de werkelijkheid, dit heeft als voordeel dat dynamieken transparant gemaakt worden om zodoende meer inzicht te verwerven in de complexiteit van onze samenleving. En sterker, kunnen we op deze manier ook tot duurzame oplossingen komen voor maatschappelijke problemen?

Retroactieve inhibitie

Onze economie is eenzijdig inflatoir geconditioneerd, hierbij wordt een continue inflatie van 2 à 3% als norm aangenomen, dit is gekend. Deze conventie betekent dat deflatie naar de achtergrond verdreven wordt en het maatschappelijke denken zich schikt naar deze inflatoire conditionering. Middels retroactieve inhibitie kunnen we deflatie terug in herinnering brengen waardoor meer opties zichtbaar worden. Het toevoegen van deflatie verstoort echter ons denken in die mate dat beproefde overtuigingen onder druk komen te staan, hierdoor ontstaat vaak een ongezonde spanning die een aantal afweermechanismen in werking laat treden. We herinneren ons simulatiemodel, technisch gezien vereist inflatie dat regelmatig geld wordt bijgedrukt, bij deflatie komt er spontaan geld vrij. Het beeld spreekt voor zich, de gele stippellijn verwijst naar het verschil als we ons strikt conformeren aan de verkeersvergelijking van Fisher.

Economische logica

Wanneer we deze beelden nader beschouwen dan valt onmiddellijk iets op, bij inflatie ontstaat er regelmatig schaarste aan geld, bij deflatie is er overvloed aan geld en steeds meer naarmate deze trend wordt aangehouden. Dit schrille contrast tart het denken, strikt gesproken kan er nooit schaarste aan geld zijn maar toch worden allerhande besparingsmaatregelen via overheden (ea) opgelegd. Anders gezegd, de periodieke schaarste wordt kunstmatig opgewekt door een eenzijdig inflatoire conditionering en kan eenvoudig geneutraliseerd worden wanneer we deflatie zouden toepassen. En sterker, deflatie op zich leidt tot geldgroei maar is strikt gesproken niet noodzakelijk aangezien geld a priori uit het spreekwoordelijke ‘niets’ komt, dit is als cirkelredeneren. Het in herinnering brengen van deflatie leidt ons derhalve spontaan naar de neutraliteit van geld, een economisch grondbeginsel dat stelt dat er a priori geen oorzakelijk verband is tussen de geld- en goederenstromen. Echter, op basis van proefondervindelijke waarneming is de ware betekenis van deze neutraliteit eerder vaag te noemen, hiermee wordt tegelijk duidelijker waarom geld werkt als een ‘sluier’.

Psychische inflatie

Deze economische logica maakt ons bewust dat een eenzijdig inflatoire conditionering ook tot psychische inflatie kan leiden, dit wil zeggen dat ons denken beperkt wordt door een aantal elementen – quasi letterlijk – buitenspel te zetten. En dit is geen kwestie van het ene of het andere maar het simultaan gebruiken van alle middelen die tot onzer beschikking staan. Dit brengt ons tot biflatie, een begrip dat we best eerst voldoende elaboreren om niet tot (te) voorbarige of onvolledige conclusies te komen. Biflatie is een staat van de economie waar zowel inflatie als deflatie gelijktijdig voorkomen, een soort economie die we nog amper kunnen vergelijken met heel wat herzieningen van inflatoire geplogenheden tot gevolg. In de eerste plaats gaat het om de bewustwording van wat dit alles nu écht betekent, een zuiver cognitief proces dat ook onze manier van handelen bepaalt. En voor de goede orde, de wet van vraag en aanbod wordt hier niet vergeten maar behoort tot een ander contextueel kader, het punt is dat er in essentie nooit schaarste aan geld kan zijn, derhalve een strikt monetaire kwestie.

Pragmatisme

Deflatie is echter een vrij ongekend begrip, net omwille van de dominante inflatoire signature vergt het heel wat gewenning om hier goed vat op te krijgen. In de eerste plaats vereist het motivatie om er überhaupt over te willen nadenken, een denken dat – eerder onbewust – regelmatig ‘gekaapt’ zal worden door een strikt inflatoire manier van denken. Op deze manier komen we uit bij een soort worsteling van de psyche, het is als de spreekwoordelijke knop omdraaien waardoor ons denken verruimd (ic hersteld) kan worden. Deze verruiming realiseren we door weggedrukte elementen terug toe te laten tot het alledaagse denken, een proces dat vaak moeilijker blijkt dan de eenvoud van de theorie laat vermoeden. Praktische oefeningen faciliteren dit proces, een denkproces dat spontaan extra vragen zal dan doen oprijzen die we stuk voor stuk dienen te behandelen. Het risico op misinterpretaties is hier latent aanwezig, net zoals we geconfronteerd zullen worden met onbewuste belemmeringen die dit proces niet gunstig stemmen.

Beginbalans (x+0)

Voor de praktische oefening gebruiken we even onze verbeeldingskracht, we veronderstellen vijf aparte werelden met dezelfde beginbalans. Deze balansen laten toe om verschillende scenario’s naast elkaar te plaatsen, we kunnen ze – al is dat initieel louter pro forma – ook consolideren. Deze voorstelling geeft ons heel wat speelruimte, specifiek voor het schuldencomplex houden we rekening met de verschillende opties die we al kennen van eerdere brainstormingsessies. Naargelang keuze onstaat een andere toestand die voor interpretatie en vergelijking vatbaar is, al doende wordt een en ander duidelijker.

Conversie

Een eerste stap is de conversie van de balansen, dit wil zeggen dat we alle waarden delen door een conversiefactor die afhankelijk is van de keuze uit de verschillende opties. In sommige gevallen zal dit niets veranderen, dit zien we in onderstaande simulatie. We zien ook een lijn met neutraal geld, voor de Financiële Relativiteitstheorie (E1) is dit het verschil tussen de geldhoeveelheid voor- en na de conversie. Voor de kwantitatieve verruiming (E2) is dit bedrag gelijk aan de schulden, voor het Reverse- (E3) en Free Debt System (E4) is er geen neutraal geld. De laatste optie (E5) betreft een mix, hiermee onrechtstreeks aangevend dat alles gestuurd wordt door menselijke keuzes en consensus. Volledigheidshalve hernemen we de beginbalans in onderstaande voorstelling.

Journaal

Een tweede stap betreft de boekhoudkundige verwerking die we opdelen in (1) input van het neutrale geld en (2) de regulering van het schuldencomplex. De input van het neutrale geld is steeds hetzelfde zoals de eerste journaalpost laat zien, de tweede lijkt iets complexer maar dat is slechts schijn. Een en ander wordt duidelijker als we naar het Reverse Debt System (E3) gaan kijken, hier is geen rechtstreekse input van neutraal geld maar toch – in vergelijking met (E2) – bekomen we hetzelfde resultaat (zie ook eindbalans). En sterker, ook de eerste optie (E1) geeft exact hetzelfde resultaat als (E2) en (E3). Dit is misschien minder duidelijk aangezien we hier gebruik maken van de relativiteit der getallen, de bedragen zijn nominaal kleiner maar in relatieve zin is er geen verschil. De overige opties zijn varianten en vergen dossierkennis om er over te kunnen oordelen, niettemin liggen ze binnen dezelfde denksfeer.

Over deze ingrepen valt nog veel te zeggen, zeker omwille van de waaier aan mogelijkheden en scenario’s die zich vrijwel automatisch openbaren. In de eerste plaats gaat het om kennisdeling en weten dat deze opties wel degelijk bestaan, iets dat pas duidelijk kan worden als daar ook de interesse voor gewekt kan worden. In volledige tegenstelling staan de gangbare methodes, we denken maar even aan termen zoals schuldkwijtschelding en schuldherschikking. In kwalitatieve zin is dit onvergelijkbaar anders dan de hier getoonde alternatieven, de gangbare opties blijven bruikbaar maar worden nu geflankeerd door deze nieuwe elementen. Dit alles wordt mogelijk gemaakt door het terug in herinnering brengen van deflatie, net zoals de neutraliteit van geld als gevolg daarvan. De eindbalans maakt ons verhaal compleet.

Eindbalans (x+1)

De eindbalans is de eenvoudige optelsom van de beginbalans en de journaalposten, hier zien we het resultaat pas echt tot uiting komen. Behalve het Free Debt System (E4) zijn alle schulden uit de balansen verdwenen zonder verlies aan koopkracht of kapitaal, een waarachtige tabula rasa. En sterker, de geldhoeveelheid is in alle gevallen gestegen waardoor besparingsmaatregelen niet nodig blijken, die maatregelen kennen in essentie geen economische rechtsgeldigheid. Anders gezegd, door een oplossing te bieden aan het schuldenprobleem bieden we tegelijkertijd een oplossing voor andere monetaire verzuchtingen, het is als meerdere vliegen in één klap. Bottom line, we kunnen niet zeggen dat er geen pasklare alternatieven bestaan, zelfs het tegengestelde kan gesteld worden in die zin dat het aantal variaties vrijwel oneindig is.

Elaboratie

We hebben tot dusver al heel wat informatie gedeeld, dit zijn vooral vingerwijzingen, methodieken, theorieën en praktische voorbeelden. Gezien het inhoudelijk niet alledaagse rest de vraag of er ook voldoende interesse bestaat om dit alles te integreren. We kunnen dit alles naast ons neerleggen zonder er überhaupt over na te denken, net zoals we dit alles kunnen verwerpen op basis van te oppervlakkige conclusies. En dit wil niet zeggen dat we de waarheid in pacht zouden hebben, er zijn immers meer dan genoeg argumenten om aan te nemen dat een aantal epistemologische obstakels correcte integratie in de weg staan. (lees meer)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s